De eerlijke junk

Een kerstverhaal

Zaterdagavond 8 uur. Precies een week voor kerst. Buiten miezerig koud. Door wind meegevoerde golven van regen kletteren tegen de tochtige enkelglasramen van mijn pandje in de Pijp te Amsterdam. Vanavond nog een feest. Nu niets op tv. Verveeld zappend kruip ik wat dichter tegen de kachel.

Mijn bel, een mislukte elektronische kanarie die het eeuwige leven lijkt te hebben, klinkt luid twietend door de kamer. Ik verwacht niemand. Vast Jehova getuigen. Die komen juist expres als het buiten koud en nat is. Vastbesloten ze weg te sturen met een ‘aan de deur wordt niet geloofd’, trek ik aan het touw dat kronkelend naar beneden leidend de deur opent. Ik loop de trap af ze tegemoet. Jehova getuigen blijven (ook express) altijd buiten staan.

Het is niet nodig. Druipend van de regen loopt een man met capuchon vastberaden mij tegemoet de trap op. Wie is dit in godsnaam?

“Hee Jan” zegt de man op trede 3.

“Verrassing” zegt ie op trede 7…ik heb geen idee.

“Ik ben het”, zegt de man boven aangekomen “Bert”.

Snel visualiseer ik zijn baardje en snor weg, een kappersbezoek, 15 kilo erbij…….Bert!

Zijn kleren zijn een drijfnatte op straat gevonden ratjetoe. Een lichte waas van zwerverslucht hangt om hem heen. Hij moet nu ongeveer 50 zijn.

Bert is een gebruiker, een junk….

Maar geen gewone. 16 jaar geleden was hij patiëntenvervoerder bij het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis te Amsterdam. Karduwoloog noemde hij het:… kar..duwo..loog.

Terminale kankerpatiënten werden door Bert van en naar de bestralingsapparatuur gebracht. Velen hebben met Bert hun laatste gesprekken gevoerd. Deze man of vrouw zal ik nooit vergeten… meldde Bert vaak na een overlijden.

Bert en de oud-romantische kant van de stad zijn ook altijd intiem verbonden geweest. Kleine nietszeggende Amsterdamse plekjes, nisjes of hofjes veranderden voorgoed nadat je het verhaal van Bert erover gehoord had. Bert kwam ook over de vloer bij dichters, schrijvers, kunstenaars…nou ja… kwam.

“Ik ben de enige junk in Amsterdam die nog nooit met de politie in aanraking is geweest” zegt Bert terwijl hij mijn kachel bijna omarmt. Ik weet dat je een junk nooit kunt vertrouwen, maar deze uitspraak geloof ik.

“Hoe kom je dan aan je geld?” vraag ik, hem koffie en koekjes voerend.

“ik bedel” zegt Bert, nog dichter naar de kachel kruipend “en ik struin de straten af. Mensen gooien soms zulke mooie dingen weg, vooral binnen de grachtengordel, en die verkoop ik dan, aan winkeltjes die ze voor het tienvoudige weer doorverkopen. Ook schrijf ik gedichten en voer ik toneelstukjes op, voor een of andere Christelijke instelling, die betalen 5 euro per gedichtje of opvoering”.

“Ik zit nu in een methadon begeleidingsproject.”…Vertelt Bert verder. Heeft hij zichzelf voor aangemeld nadat hij zich met de fiets van zijn dochter (lang geleden uit huis geplaatst) bij de lommerd aantrof .. niet echt een juridische misdaad, maar wel een “defining moment”. Het einddoel is nu begeleid wonen. Maar eerst moet hij het tenminste 3 maanden uithouden in het opvanghuis waar hij nu zit. En dat valt niet mee. Met 6 junks (heroïne junks zijn tegenwoordig mannen rond de 60) op een veel te kleine kamer. Iedereen jat alles wat los en vast zit, en de hele nacht geschreeuw en herrie ….. klinkt me allemaal verschrikkelijk in de oren.

“Gebruik je nog?” vraag ik.

“Wanneer je in het walhalla bent geweest, heb je het nooit meer naar je zin op aarde” antwoord Bert…hij blijft eerlijk.

Hij stapt weer op… de natte kou in… “Misschien kan ik vanavond nog 5 euro bij elkaar bedelen” zegt hij, zijn nog natte jas aantrekkend. Mijzelf schuldig voelend geef ik hem een paar euro en een radiootje met koptelefoon… tegen de herrie ’s nachts.

Advertenties