Kaartlezen

Vrouwen kunnen niet kaartlezen!

Als mannen beter de weg kunnen vinden dan vrouwen, ben ik de uitzondering op die regel. Ik bak er niets van in een vreemde stad en rij meestal net zolang rondjes tot ik bij toeval de gewenste straat tegenkom. Hoe zit het nou echt met sekseverschillen op dit gebied?

Diverse cognitieve taken zijn afgelopen decennia ontwikkeld en toegepast om verschillen tussen mannen en vrouwen in ruimtelijke oriëntatie systematisch in kaart te brengen. Inmiddels lijken de conclusies eenduidig: op ruimtelijke taken scoren mannen gemiddeld beter dan vrouwen. Deze sekseverschillen zijn het sterkst voor mentale rotatie, oftewel, vrouwen hebben meer moeite met het draaien van een blokje in hun hoofd. Bij oriëntatievaardigheden, zoals de weg vinden of weten waar je bent, hangt het af van de gebruikte taak. Mannen zijn beter in taakjes die meten waar je bent, een route plannen of een kaartje tekenen van een nieuwe omgeving. Ze gebruiken hierbij kompasrichtingen, geometrische aanwijzingen, de stand van de zon en het startpunt. Denk aan zoiets als: ‘twee kilometer zuidwaarts’. Vrouwen zijn daarentegen weer beter in het herinneren van objecten in een bekende omgeving. Ze onthouden de weg op basis van opeenvolgende bakens, herkenbare oriëntatiepunten: ‘bij het blauwe theehuis rechtsaf, tot aan de bioscoop en dan linksaf langs de sportschool.’

Dieronderzoek heeft aangetoond dat geslachtshormonen een belangrijke rol spelen bij deze sekseverschillen. Mannetjesratten blijken in een doolhof beter de weg te vinden dan vrouwtjesratten. Opmerkelijk is dat wanneer bij nog ongeboren vrouwtjesratten testosteron wordt toegediend, de latere prestatie op doolhoftaken verbetert. Bij vlak na de geboorte gecastreerde mannetjesratten vermindert juist de latere prestatie. Dit sluit mooi aan bij de ontdekking dat bij vrouwen het ruimtelijk inzicht verbetert tijdens momenten dat de vrouwelijke hormonen laag zijn, aan het begin van menstruatiecyclus. Samengevat lijkt het er dus op dat in een nieuwe omgeving mannen door aangeboren factoren (lees testosteron) beter de weg kunnen vinden dan vrouwen.

Er zijn twee belangrijke kritiekpunten te bedenken bij deze onderzoeken. Ten eerste zijn de effecten van ervaring en leren bij mensen veel groter dan bij dieren. Dit zou de aangeboren biologische verschillen kunnen compenseren of juist versterken. Verder zijn bovenstaande bevindingen allemaal gebaseerd op laboratoriumtaakjes en daar spelen andere factoren mee dan in het dagelijkse leven. Mannen hebben bijvoorbeeld vaak meer ervaring met videospelletjes en zouden daardoor wel eens beter kunnen presteren op de gebruikte computertaken. Oftewel, het blijft de vraag of vrouwen ook in het echte leven vaker verdwalen. Dit is een paar jaar geleden onderzocht in de VS. 132 vrouwelijke en 818 mannelijke studenten aan de militaire academie van West Point moesten (na een cursus kaartlezen) met een kaart en kompas binnen vier uur een aantal locaties vinden in een natuurlijke omgeving. En inderdaad, de mannen wisten meer punten te vinden en ze deden dit ook nog eens in kortere tijd. Dit effect bleef ook overeind na correctie voor zaken als fysieke conditie, verdwaalangst en ervaring met kaartlezen. We kunnen dus stellen dat vrouwen ook in het dagelijkse leven echt vaker verdwalen…..

Ik heb mijzelf nooit als een ‘hoog-in-testosteron’-man gezien en mijn neiging te verdwalen ondersteunt dit. Moet toch maar eens een TomTom aanschaffen……

Meer lezen:

  • Coluccia, E., & Louse, G. (2004). Gender differences in spatial orientation: A review. Journal of Environmental Psychology, 24, 329-340.
  • Malinowski, J.C. & Gillespie, W.T. (2001). Individual differences in performance on a large-scale real-world wayfinding task. Journal of environmental Psychology, 21, 73-82.
Advertenties