Maria Montessori

Wat moeten we aan met de verwende generatie? Een brief aan Maria Montessori

Geachte mevrouw Montessori, Beste Maria,

Onlangs was ik (als partner van een van de docenten) op de kerstreceptie van het MLA. Tussen diverse hapjes, drankjes, een koor, een filmpje en een dansvoorstelling in kwam ik in gesprek met iemand die mij vroeg of ik niet een brief aan u zou willen schrijven. Ik, een brief aan Maria Montessori schrijven? Dat lijkt me geen goed idee. Ik weet namelijk helemaal niets van het Montessori-systeem. Wat mij wel was opgevallen is de enorm leuke, relaxte en kunstzinnige sfeer die hangt op het MLA. Daar zou ik graag als kind naartoe zijn gegaan. Maar dat de sfeer goed is, dat weten ze daar zelf vast ook wel. Ik vermoed daarom dat ze me vroegen omdat ik aangaf universitair docent psychologie te zijn. Diverse leerlingen die hun VWO-opleiding hebben afgerond, belanden twee maanden later bij ons. Misschien willen ze daar bij het MLA dus wel weten wat wij van de huidige generatie leerlingen vinden en hoe het bij ons vergaat. Laat ik het daar in deze brief dus maar eens over hebben.

In plaats van subjectief geraas en getier zal ik proberen het wat feitelijk te houden via de beschrijving van ‘a typical day at my office’. In alle vroegte zat ik ergens in de week na de kerstvakantie weer in de spitsbus naar mijn werk op de uithof in Utrecht. Naast mij ving ik een gesprek op tussen twee vrouwen waarvan ik vermoedt dat ze ook docenten waren. Het ging echter niet over hun eigen onderwijs, maar dat van de vader van een van hen die zijn hele leven leraar op een middelbare school was geweest. Deze man was tot de conclusie gekomen dat het niveau van de stof gedurende zijn carrière één niveau naar beneden was opgeschoven: wat aanvankelijk HAVO­stof was is nu VWO­stof. Meer mensen zijn hoger opgeleid maar ze weten minder, zo leek zijn conclusie.

Een actuele vraag is echter of ze ondanks minder kennis tegenwoordig wel meer vaardigheden hebben. Ik beperk mij hier even tot de schrijfvaardigheid. Op mijn werk aangekomen was mijn eerste klus om nog een paar (te laat ingeleverde) essays na te kijken. Hierin dienden tweedejaars studenten een bepaalde vraag te beantwoorden op grond van wetenschappelijke literatuur. Ze hadden vier weken de tijd om een stuk van 1200 woorden te schrijven, en er was duidelijk aangegeven dat het cijfer hiervoor gemiddeld werd met het tentamencijfer voor dit vak. Om het feitelijk te houden hier een paar zinnen die ik zoal tegenkwam: …Deze resultaten wijken af van de bevindingen van Ammer et al, maar die onderzochten ook iets anders…  …Sommige kinderen kijken de kat uit de boom en suicide wordt onvermijdelijk…  …Het is echter niet het een en ook niet het ander, maar empirisch moet nog blijken wat het beste bewezen is…  …De studies die gebruik hebben gemaakt van controlegroepen verschillen significant weinig van de patiënten in de therapie…  …Deze bevinding staat recht op wat er verwacht werd…  …Een vrouw die bevalt, zal de intensiteit van haar pijn heel anders beoordelen dan een vrouw die zojuist een zwaar ongeluk heeft gehad, aangezien zij andere verachtingen hebben over de betekenis van hun ongeluk…. Natuurlijk waren er ook hele goede essays bij die een 8 of 9 hebben gekregen, maar feit blijft dat maar liefst een derde van de studenten rare of onleesbare zinnen schrijft, of een onsamenhangend geheel creëert via copy/pasten van fragmenten van anderen.

Misschien hebben ze dan minder kennis en schrijfvaardigheden, maar is hun motivatie wel hoog. Nadat ik de essays had nagekeken liep ik even langs de hoogleraar die zojuist zijn college over stress had gegeven voor het vak grondslagen van de klinische en gezondheidspsychologie dat ik coördineer. Ik was benieuwd hoeveel van de 270 studenten die zich voor dit vak hadden ingeschreven (en die allemaal bij het tentamen op komen dagen) ook op het college waren. Deze hoogleraar is een buitengewoon goede spreker waar op symposia in binnen en buitenland veel lof voor is. Er waren er maar iets van 40, zo meldde hij me, maar de studenten die er waren, waren wel buitengewoon geïnteresseerd en de discussie ging gewoon door in de pauze. Enigszins ontdaan liep ik terug naar mijn kamer. Nog minder dan 1 op de 6 was er maar, waar doen we het eigenlijk voor. Diezelfde middag had ik spreekuur waarbij de studenten alle feedback op hun essay konden komen inzien en vragen konden stellen over hun aanvullende opdracht wanneer ze een onvoldoende hadden. Slechts vier studenten kwamen hierbij opdagen. Tot hier mijn ‘typical day at the office’.

Maria, het gaat momenteel niet goed met veel academische studenten in Nederland. Of −het is maar hoe je het ziet − het gaat veel te goed met ze. Ik zie bij een groot deel van onze psychologiestudenten geen enkele interne drive meer tot studeren en kennis verzamelen. Alleen wanneer we er harde sancties op zetten, zijn deze studenten nog te porren om een artikel of boek te lezen of naar college te komen. En harde sancties (zoals de helft laten zakken) kunnen niet want dan loopt de universiteit veel geld mis waardoor er medewerkers ontslagen moeten worden. Bestuurlijk gezien dienen er juist meer studenten in kortere tijd af te studeren om de huidige financiële problemen van de universiteit op te lossen. Je moet het als student daardoor wel heel bont maken om nog te zakken. Het gevolg: de studenten raken verwend.

Op Wikipedia las ik dat de kern van het montessorionderwijs wordt samengevat in uw uitspraak: “Help mij het zelf te doen“. Uitgangspunt is dat een kind een natuurlijke, noodzakelijke drang tot zelfontplooiing heeft. Ik zie die drang echter nog maar bij een klein deel van onze studenten. De meerderheid lijkt enkel een drang te hebben om een 5.50 te halen bij een zo klein mogelijke tijdsinvestering. Graag wil ik hierover een academisch­didactisch debat met u aangaan. Misschien is een drang tot zelfontplooiing namelijk wel afhankelijk van een strijd moeten leveren. Bijvoorbeeld om vanuit een achtergestelde positie hogerop te willen komen. Ikzelf mócht helemaal niet studeren van mijn ouders (ik moest de MAVO doen en daarna zo snel mogelijk aan het werk), met als resultaat dat ik alle kennis vergaarde die ik maar tegenkwam en boeken las die ik voor mijn studie helemaal niet hoefde te lezen, en uiteindelijk cum laude promoveerde. Bij de huidige generatie studenten − de verwende generatie − is er misschien wel teveel vanzelf aan komen waaien. Waarom zouden ze nog aan zelfontplooiing doen, ze zijn al daar waar ze willen zijn.

De hamvraag, beste Maria, is nu of de huidige generatie studenten die van een Montessori-opleiding komen het beter op de universiteit doen. Zijn dit dan die 1 op de 6 studenten die heden ten dage wel betrokken zijn en naar een college komen en een 8 of 9 halen voor een essay? Ik heb er onlangs een uurtje aan besteed om met deze vraag de literatuur in te duiken op zoek naar recente artikelen. Helaas is er weinig onderzoek gedaan waarbij kinderen ook gedurende hun universitaire studie gevolgd zijn. Een zeer recent Frans onderzoek laat wel zien dat leerlingen van een Montessori-opleiding zich op de universiteit beter aanpassen aan het zelfstandige academische klimaat [1]; ze hebben minder vaak last van angst en depressie, en ze rapporteren meer tevredenheid. Uit dit onderzoek komt echter niet naar voren dat ze ook beter presteren (wat bij leerlingen van een Steiner-school trouwens wel het geval was). Maar goed, de Nederlandse situatie is beslist anders, en ik heb helaas geen recent Nederlands onderzoek kunnen vinden. Misschien ga ik dus zelf nog wel een keertje uitpluizen of er een verschil in de achtergrond is tussen mijn goede en van mijn ‘verwende’ studenten. Ik hou u op de hoogte.

Met vriendelijke groet

Jan Houtveen, docent Klinische en gezondheidspsychologie, Universiteit Utrecht


[1] Shankland R, Genolini C, Riou Franca L, Guelfi JD, Ionescu S (in press). Student adjustment to higher education: the role of alternative educational pathways in coping with the demands of student life. Higher Education: doi: 10.1007/s10734-009-9252-7.

Advertenties