Naar de dokter

Naar de dokter gaan

Vrouwen klagen en mannen gaan dood. Deze uitspraak doe ik al jaren in mijn college over medisch onverklaarde klachten. Vrouwen zitten vaker bij de dokter – ook met vage kwaaltjes – en mannen negeren lichamelijke problemen net zo lang tot het te laat is. Tijd om dit nu eens echt uit te zoeken. Zoeken mannen echt minder medische hulp? En zo ja, waarom dan?

Uit een overzichtsartikel blijkt dat bij alle culturen, etnische achtergronden en leeftijdsgroepen mannen bij alledaagse problemen minder om hulp vragen dan vrouwen. Denk bijvoorbeeld aan de weg vragen, iets wat de gemiddelde man graag aan zijn partner overlaat. Ook wat medische problemen betreft zoeken mannen minder vaak hulp bij de dokter. Het verschil blijft bestaan na correctie voor specifieke gynaecologische problemen. Dit is opmerkelijk, gezien het feit dat mannen jonger sterven aan levensbedreigende ziekten dan vrouwen en dus juist vaker naar de dokter zouden moeten gaan.

Waarom is dit? De psychologische literatuur noemt vaak als verklaring het conflict tussen om hulp vragen en het stereotiepe masculiene beeld van de man. Dat beeld is er één van zelfvertrouwen, onafhankelijkheid, stoerheid, kracht en emotionele controle. Het vragen om hulp past daar simpelweg niet bij. Denk aan de bewondering voor een sporter die ondanks zijn verwondingen doorgaat. Dat is pas een echte man! Inderdaad blijkt uit divers onderzoek uit de jaren negentig dat er bij mannen een relatie bestaat tussen hun score op masculiniteit (het vertonen van typisch mannelijk gedrag meten, zoals zelfvertrouwen, emotionele controle, dominantie en lef) en het niet om hulp zoeken bij medische problemen.

In een recent Amerikaans onderzoek is geprobeerd bewijs te vinden voor een iets genuanceerdere variant van de bovengenoemde masculiniteitsverklaring. Misschien dat mannen die nooit naar de dokter gaan, in hun angst om als vrouwelijk gezien te worden, het omgekeerde doen van wat ze vrouwen zien doen. Denk hierbij aan mannen die vetter gaan eten naarmate meer vrouwen op dieet zijn, of een nog grotere SUV-auto kopen als tegenpool van het zuinig vrouwelijke stadsautootje. In die redenering zouden mannen juist minder snel naar de dokter of psychotherapeut gaan naarmate vrouwen dit vaker doen. Bij 140 mannen van middelbare leeftijd werd gemeten hoe vaak ze naar de dokter gingen. Daarnaast werd (met vragenlijsten) de masculiniteitsscore bepaald, als ook (en dat is hier nieuw) hun normen over wat ze nou eigenlijk typisch mannelijk en vrouwelijk gedrag vonden. Uit de resultaten bleek dat minder naar de dokter gaan van mannen samenhangt met zowel een hoge masculiniteitsscore als met hun ideeën over typisch mannelijk gedrag. Hun ideeën over typisch vrouwelijke gedrag bleken hier geen invloed op te hebben. Mannen volgen dus andere ‘echte’ mannen en doen niet het omgekeerde van wat vrouwen doen.

Mannen gaan dus echt minder vaak naar de dokter dan vrouwen, ondanks dat ze jonger sterven. Om ze vaker in de spreekkamer te krijgen zullen we het masculiene beeld van dat de ‘echte’ man niet om hulp vraagt moeten bijschaven. Dit zal niet meevallen, vrees ik. Wel is er nu één troost: we weten in ieder geval dat mannen niet vaker doodgaan omdat vrouwen vaker naar de dokter gaan. Vrouwen kunnen dit gerust blijven doen.

Verder lezen:

Addis, M.E. & Mahalik, J.R. (2003). Men, masculinity, and the context of help seeking. American Psychologist, 58, 5-14.

Mahalik, J.R., Burns, S.M., & Syzdek, M. (2007). Masculinity and perceived normative health behaviors as predictors of men’s health behaviors. Social Science and Medicine, 64, 2201-2209.-2209.

Advertenties