Ren je rot

Ligt het nou aan mij of zijn er de laatste tijd echt meer hardlopers te zien in onze bossen? Met name onder de dertigers en veertigers lijkt er een toename te zijn van mensen die meerdere keren per week de hardloopschoenen aantrekken en een uurtje of langer aan het hijgen gaan. Ook mensen bij wie ik me vroeger nooit – en dan ook echt nóóit – kon voorstellen dat zij ooit nog iets aan sport zouden gaan doen, blijken opeens als veertiger getransformeerd tot fanatieke renners. Maar wat is eigenlijk de motivatie van deze hardlopers? Waarom doen ze dit? Als psycholoog hoor ik opmerkelijk gedrag te bestuderen en dus ging ik eens rondvragen bij enkele intredende hardlopers in mijn vriendenkring. Dit leverde een opmerkelijk motief op. Waar ik verwacht had dat het om lichamelijke conditie en afvallen zou gaan kreeg ik te horen dat je er blij en gelukkig van wordt. Een goede vriendin, zo’n veertiger die vroeger dus echt niet aan sport deed, beweerde dat ze geen periode van neerslachtigheid meer heeft meegemaakt sinds ze regelmatig hardloopt. Had ze dit maar eerder ontdekt, het werkt veel beter dan praten of pillen! “Running therapie”, de laatste tijd is er een ware hype over ontstaan met zelfhulpboekjes en gespecialiseerde hardloopcoaches. Psychiaters laten tegenwoordig hun patiënten steeds vaker hardlopen voordat ze naar de pillen grijpen. Want het helpt bij stemmingsstoornissen en paniekaanvallen, maar ook bij chronische vermoeidheid. Het zal toch niet waar zijn. De oplossing lag al die jaren pal onder de neus en psychologen en farmaceuten maar bezig met ingewikkelde therapieën en psychofarmaca. Tijd dus om ons eens te begeven in de amazing world of running therapy.

Zo ben ik maar weer eens de wetenschappelijke literatuur ingedoken. Daar vond ik een aantal zeer positieve overzichtsartikelen (zie o.a. Barbour, Edenfield et al., 2007). Wat blijkt? Cross-sectioneel wordt er vaak een samenhang gevonden tussen sporten en mentale gezondheid: mensen die regelmatig sporten (bijvoorbeeld hardlopen) scoren wat lager op angst en depressie. Het zou natuurlijk simpelweg zo kunnen zijn dat depressieve en/of angstige mensen gewoon geen zin in sport hebben, maar er is meer aan de hand. Ook uit interventie onderzoek blijken positieve effecten, en vooral de effecten van hardlopen zijn goed onderzocht. Bij een angst- of stemmingsstoornis helpt het wanneer je bij wijze van behandeling regelmatig gaat sporten. Dat leidt dan tot een afname in stress, angst en depressie, vergelijkbaar met het effect van reguliere behandelingen zoals cognitieve gedragstherapie en antidepressiva. Hoewel er nog wel wat twijfel bestaat over de methodologische correctheid van sommige studies, lijkt het er dus echt op dat sporten een effectieve interventie is bij deze patiënten.

Ik heb echter ook wat kritischer werk gevonden. Bij de afdeling biologische psychologie op de VU plaatsen ze een vraagteken bij de causaliteit van de gevonden relatie tussen sporten en mentale gezondheid (De Moor, Boomsma et al., 2008). Bepaalde genetische factoren kunnen zowel het je aangetrokken voelen tot sportgedrag als een lage mate van angst en depressie beïnvloeden. Uit onderzoek met gebruik van hun tweelingregister bleek dat wanneer de ene helft van een genetisch identieke tweeling meer sportte dan de andere helft, deze niet lager scoorde op angst en depressie. Ook bleek dat een toename in sporten niet leidde tot een afname later in de tijd in angst en depressie. Er lijkt dus sprake te zijn van een onderliggende derde (genetische) factor die zowel de neiging tot sporten als angst en depressie beïnvloedt. Dit schept wel wat verwarring. Hoe valt dit nou te rijmen met de hierboven genoemde sportinterventies bij klinische populaties waarbij er wél effecten zijn gevonden. Volgens de Moor is een belangrijk verschil dat het onderzoek op de VU sporten uit eigen beweging in de vrije tijd betrof, terwijl het bij de interventies ging om voorgeschreven sporten onder begeleiding. Alleen vrijwillig sportgedrag is natuurlijk genetisch bepaald, en de VU onderzocht geen klinische populatie. Het is dus maar de vraag of (al dan niet gedwongen) sporten altijd werkt, en of het ook helpt bij een niet-klinische populatie. Met andere woorden, heeft het voor iedereen wel zin om te gaan rennen als je niet lekker in je vel zit?

Om hier een antwoord op te geven ben ik nog dieper de literatuur ingedoken. Hoe zit het bijvoorbeeld met het mechanisme? Hierop doorzoeken is me niet in de koude kleren gaan zitten. De amazing world of running therapy werd steeds ingewikkelder. Hier een voorbeeld. Sommige onderzoekers denken dat het mechanisme misschien iets te maken heeft met het eiwit Brain-Derived Neurotrophic Factor (BDNF) dat onder andere vrijkomt bij lichamelijke inspanning. Een lager BDNF gehalte is recent geassocieerd met depressie en dat opent natuurlijk de weg om te snappen hoe sporten invloed kan hebben op stress, angst en depressie. Een recent verkennend onderzoek op dit gebied is dat van Mata, Thompson en Gotlib (2010). Bij 82 meisjes tussen de 10 en 16 jaar werd het verband tussen sporten en de mate van hun depressie in kaart gebracht, en ook of ze een bepaalde genetische typering hadden (een polymorfisme in het BDNF-gen die je wat gevoeliger maakt voor depressie). Een regressieanalyse gaf aan dat hun depressiescores niet voorspeld konden worden door sporten of het genetische BDNF-profiel als hoofdeffect, maar wel door de interactie hiervan: alleen bij de meisjes met een zogenoemd hoog-risico BDNF-profiel was meer lichamelijke activiteit gerelateerd aan lagere scores op depressie, en bij de rest totaal niet. Er zijn natuurlijk veel meer factoren dan het BDNF-gen die bepalend zijn voor het krijgen van een depressie en er is nog veel meer onderzoek nodig naar de effecten van sporten op het brein, maar het zou wel eens zo kunnen zijn dat running therapie uitsluitend werkt bij mensen met een bepaald genetisch profiel.

Mijn voorlopige conclusie: sporten kan inderdaad beschermen en zelfs als therapeutische interventie helpen tegen depressie en/of angst, maar mogelijk niet bij iedereen. Wanneer je niet in de juiste genetische groep zit kun je je wel eens helemaal rot rennen zonder in de prijzen te vallen.

Literatuur:

Barbour, K. A., Edenfield, T. M. et al. (2007). Exercise as a treatment for depression and other psychiatric disorders: A review. Journal of Cardiopulmonary Rehabilitation and Prevention 27(6), 359-367.

De Moor, M. H. M., Boomsma, D. I. et al. (2008). Testing causality in the association between regular exercise and symptoms of anxiety and depression. Archives of General Psychiatry 65(8), 897-905.

Mata, J., Thompson, R. J. et al. (2010). BDNF Genotype Moderates the Relation Between Physical Activity and Depressive Symptoms. Health Psychology 29(2), 130-133.

 

Advertenties