Kritische geluiden

Hier samenvattingen van een paar Nederlandstalige kritische artikelen. Helaas mag ik de gehele artikelen ivm auteursrechten hier niet plaatsen.

Jan Houtveen (2015). Biofeedback bij SOLK: helpt wel, maar werkt niet. Psychopraktijk, 7, 6-9.

In de praktijk wordt regelmatig biofeedback ingezet bij de behandeling van somatisch onvoldoende verklaarde lichamelijke klachten (SOLK). Patiënten die hiervan gebruik maken, ervaren regelmatig minder klachten, maar de vraag is hoe dat komt. Hoe groot is de rol van niet-specifieke elementen zoals aandacht en de verwachting dat het zal helpen? Dit artikel richt zich op de vraag of respiratoire of autonome biofeedback behalve ‘helpt’ ook ‘werkt’ bij SOLK, in de betekenis dat er specifieke therapiefactoren zijn aan te wijzen.

 

Houtveen, J.H., Hornsveld, H.H., van Trier, J., Koller, M. & van Doornen, L.J.P. (2011). Onderzoek naar het werkingsmechanisme van hartcoherentietraining. Directieve therapie, 31, 344-362.

Slow-breathing en hartcoherentietraining richten zich op het optimaliseren van de hartslagvariabiliteit en worden aangeboden ter behandeling van stressgerelateerde mentale en lichamelijke klachten. Via een analoge experimentele studie bij studenten met een hoge score op een depressieschaal is het specifieke effect onderzocht van slow-breathing op stemming en gespannenheid (pilotstudie 1). Via een quasi-experimentele studie bij patiënten is hartcoherentietraining vergeleken met mindfulnesstraining op een aantal gebruikelijke uitkomstmaten (pilotstudie 2). Studie 1 liet zien dat zowel de hartslagvariabiliteit als de hartcoherentie sterk toenamen door een langzame ademhaling. Er werd geen verbetering van stemming gevonden en een kleine verbetering van gespannenheid (gelijk aan dat gevonden bij de placebo-controlegroep). Studie 2 liet voor hartcoherentietraining een klein tot medium effect op de psychologische uitkomstmaten zien en voor mindfulnesstraining een groot effect. Bij de hartcoherentietraining werd een correlatie gevonden tussen een verhoging van hartslagvariabiliteit en een verbetering op enkele psychologische uitkomstmaten. Deze samenhang werd niet gevonden bij de (effectievere) mindfulnesstraining. Conclusie: slow-breathing en hartcoherentietraining leiden weliswaar tot verbetering van de mentale gezondheid, maar de uitkomsten van beide pilotstudies doen vermoeden dat een specifiek effect gering of zelfs afwezig is. Mindfulnesstraining lijkt effectiever, terwijl deze niet samengaat met een verandering in de hartslagvariabiliteit. Meer kritisch onderzoek lijkt gerechtvaardigd.

 

Houtveen, J.H., Hornsveld, H.H., van Trier, & van Doornen, L.J.P. (2012). Vraagtekens bij het werkingsmechanisme van slow-breathing en hartcoherentietraining. Tijdschrift voor psychiatrie, 54(10), 879-888.

Achtergrond: Slow-breathing en hartcoherentietraining worden steeds vaker aangeboden
als behandeling voor angst, depressie en stressgerelateerde mentale en lichamelijke klachten. Beide interventies zijn gericht op beïnvloeding (verhogen of ‘optimaliseren’) van de hartslagvariabiliteit, waarbij het werkingsmechanisme wordt beschreven met termen als ‘hartcoherentie’, ‘resonante ademhaling’ en ‘hart-breincommunicatie’.
Doel: In kaart brengen of optimalisatie van de hartslagvariabiliteit inderdaad ten grondslag zou kunnen liggen aan het behandeleffect.
Methode: Literatuuronderzoek gericht op: 1) de aanname dat er een positieve samenhang
bestaat tussen het hebben van psychische klachten en een suboptimale hartslagvariabiliteit, en 2) de aanname dat het optimaliseren van de hartslagvariabiliteit specifiek leidt tot een afname van de klachten.
Resultaten: Er bestaat onvoldoende empirische ondersteuning voor beide aannames.
Conclusie: Deze interventies werken waarschijnlijk via niet-specifieke psychologische
mechanismen.

Advertenties